U kunt met uw oudere werknemer afspraken maken om eerder met pensioen te gaan, bijvoorbeeld omdat deze zwaar werk doet. U spreekt een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) af. U betaalt dan 1 of meer uitkeringen tot aan de pensioenleeftijd (AOW). U betaalt hierover 57,7% belasting (RVU-heffing) in 2026. Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 December 2028 zal dit percentage jaarlijks stapsgewijs stijgen:
- 57,7% in 2026
- 64% in 2027
- 65% in 2028
Vrijstelling RVU-heffing
Van 1 januari 2021 tot en met 2028 geldt een RVU-drempelvrijstelling. U betaalt geen RVU-heffing (pseudo-eindheffing) als u in die periode een RVU-regeling afspreekt met uw werknemer. De RVU moet dan wel aan de voorwaarden voldoen.
De Belastingdienst heeft een handreiking waarin staat wat precies een RVU is.
Voorwaarden voor RVU-drempelvrijstelling
U betaalt geen RVU-heffing als u voldoet aan deze voorwaarden:
- Uw werknemer stopt niet eerder dan 3 jaar voor zijn wettelijke AOW-leeftijd.
- De RVU-uitkering is hetzelfde als of lager dan het drempelbedrag (2026: € 2.657 bruto per maand voor maximaal 36 maanden).
- U spreekt uiterlijk op 31 december 2026 een RVU af met uw werknemer die uiterlijk op 31 december 2029 de AOW-leeftijd bereikt.
Hoe vraagt u RVU-vrijstelling aan?
U past de RVU en ook de RVU-vrijstelling toe in de loonaangifte. De regels staan in paragraaf 21.3.1 het Handboek Loonheffingen. De inkomenscode voor de RVU is code 53.